Flexi-jobs
Derde kwartaal 2025
Periodiciteit: Kwartaal
Laatste updates: 05/03/2026
Gezien de specifieke samenstelling van de flexi-sectoren, heeft de vervanging van de NACE08 door de NACE25 geen invloed op de verdeling naar flexi-sectoren. Bijgevolg kunnen de cijfers van de voorgaande kwartalen zonder problemen vergeleken worden met de cijfers van 2025 en later.
Flexi-jobs bestaan sinds 1 december 2015 en zijn specifiek bedoeld voor mensen die al aan het werk of gepensioneerd zijn en willen bijklussen. Iemand die voldoende prestaties verricht bij een andere werkgever of werkgevers (minimum 80% tewerkstelling), kan bijverdienen met een flexi-job. De flexiwerknemer ontvangt daarvoor een nettoloon dat is vrijgesteld van belastingen en werknemersbijdragen. Alleen de RSZ-werkgeversbijdragen zijn verschuldigd. Voor meer details verwijzen we naar de instructies voor de werkgever en naar de website van de sociale zekerheid.
Er is geen beperking op het aantal uren dat iemand als flexiwerknemer mag presteren. Sinds 2024 is er wel een beperking op het jaarlijks loon dat een flexiwerker onbelast mag bijverdienen. Momenteel gaat het om 12.000 EUR. Die beperking geldt echter niet voor wie gepensioneerd is.
Aanvankelijk waren flexi-jobs enkel bedoeld voor de Horeca, maar doorheen de tijd werd het systeem uitgebreid naar andere sectoren. Een volledige beschrijving van de flexi-jobs en de sectoren die er gebruik van kunnen maken, is beschikbaar in de instructies voor de werkgever.
De ingrijpende uitbreiding in 2024, samen met een vernieuwde methodologie die werd ontwikkeld om statistieken rond bijzondere types van tewerkstelling (Flexi-jobs, extra’s in Horeca en in land- en tuinbouw, tewerkstelling met dienstencheques, studentenarbeid…) te kunnen publiceren, zijn de aanleiding geweest om dit gedeelte van het statistisch aanbod te herwerken. Een omstandige uitleg kan teruggevonden worden op de methodologische pagina. De bestanden zoals die gepubliceerd werden tot 2023, volgens de klassieke methodologie, zijn nog steeds beschikbaar via de link hieronder.
|
De statistische gegevens over de flexi-jobs tot en met 2023 kunnen hier geraadpleegd worden. |
Flexi-job wordt hoofdzakelijk gecombineerd met volledige tewerkstelling:
83% van de flexi-jobbers heeft een basistewerkstellingspercentage dat hoger ligt dan 95%. In de kleinere groep met een basistewerkstellingspercentage tussen 80% en 95% vallen vooral twee zaken op: vrouwen zijn er duidelijk in de meerderheid én de jongere flexi‑jobbers zijn er de kleinste groep.
Hieronder vindt u de meest recente gegevens met betrekking tot de flexi-jobs. Een eerste paragraaf bevat een bondig overzicht van de globale evolutie vanaf 2016. Daarna wordt ingezoomd op de meest recente evolutie door de gegevens van het meest recente kwartaal te vergelijken met het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar.
Download hier de ruwe data die als basis dienen voor onze statistieken.
Evolutie flexi-jobs naar flexi-sector vanaf het eerste kwartaal van 2016 tot en met het derde kwartaal van 2025
Een eerste grafiek geeft mooi de evolutie weer van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in VTE naar flexi-sector per kwartaal. Tegelijk zien we duidelijk de verschillende uitbreidingen van het toepassingsgebied naar nieuwe flexi-sectoren zoals die werden ingevoerd sinds het systeem in 2015 specifiek voor de horeca ontstond. Sindsdien nam het aantal flexi-jobs, het arbeidsvolume en het aantal gebruikers stelselmatig toe. Een uitzondering op deze gestage toename is duidelijk merkbaar tijdens de Covid-pandemie in het tweede kwartaal van 2020. We merken in die periode vooral een daling van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in de horeca wat niet verwonderlijk is gezien de Covidmaatregelen waaraan de horecazaken onderworpen werden.
Commentaar
Op 18 maart 2020 ging het land een eerste keer in lockdown wat de opmerkelijke daling in de horeca verklaart. De daling is minder uitgesproken voor de handel gezien essentiële handelszaken zoals voedingswinkels hun activiteiten niet moesten stopzetten tijdens die periode. Na aanvankelijke versoepelingen met de heropening van de horecazaken op 8 juni 2020 ging het in het vierde kwartaal van 2020 opnieuw de slechte kant uit met het aantal Covid-besmettingen. Op 2 november 2020 gaat het land voor een tweede keer in lockdown met de bekende gevolgen voor de horeca. Tijdens het eerste kwartaal van 2021 startte de vaccinatiecampagne en werden de maatregelen versoepeld. Ook die evolutie is duidelijk zichtbaar in de grafiek.
Dat geldt ook voor de verschillende sleutelmomenten in de uitbreiding van het aantal flexi-sectoren. Uit de grafiek komt duidelijk naar voor dat het systeem aanvankelijk beperkt was tot de horeca (en de uitzendkantoren voor wat uitzendkrachten in de horeca betreft). Vanaf 1 januari 2018 werden de flexi-sectoren uitgebreid met verschillende handelsactiviteiten, bakkerijen, kappers en schoonheidssalons. Op 1 januari 2023 breidde het aantal flexi-sectoren opnieuw uit met sport- en cultuur, en zorg- en gezondheid. De grootste toename van het aantal flexi-sectoren vond plaats op 1 januari 2024 wanneer garages, autorijscholen, vervoer en logistiek, organisatie van evenementen, begrafenisondernemers, land- en tuinbouw, beheer van gebouwen en kinderopvang werden toegevoegd. Ook binnen de voedingsnijverheid werden de flexi-sectoren verder uitgebreid. Vanaf het tweede kwartaal van 2024 is het gebruik van flexi-jobs bovendien ook toegelaten in de kinderopvang en het onderwijs. In het eerste kwartaal van 2025 komt daar ook nog de zeevisserij bij. Een gedetailleerde beschrijving van die uitbreidingsgolven is terug te vinden in de administratieve instructies van de RSZ. Binnen die meest recente flexi-sectoren is het gebruik van het systeem bij aanvang nog eerder beperkt, maar de grafiek maakt duidelijk dat dat bij elke uitbreiding het geval was. Eens het systeem ingeburgerd raakt binnen een flexi-sector, stijgt ook het gebruik ervan.
Analyse van de flexi-jobs voor het derde kwartaal 2025
Onderstaande grafiek toont dat zowel het aantal flexi-jobbers als het aantal flexi-jobs (arbeidsplaatsen) en het arbeidsvolume in VTE sterk toenamen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Die stijging doet zich voor in alle flexi-sectoren. Na de grote uitbreidingsgolf in 2024 werd in 2025 het aantal flexi-sectoren nog uitgebreid met de sector van de zeevisserij.
Wanneer we die cijfers meer in detail bekijken per flexi-sector dan merken we dat er wel wat variatie bestaat tussen die verschillende sectoren.
Commentaar
Horeca
In de horeca is het systeem van de flexi-job helemaal ingeburgerd. Tijdens het derde kwartaal van 2025 nam het aantal flexi-jobs nog toe met 6,0% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Het arbeidsvolume in VTE nam in het derde kwartaal van 2025 toe met 7,5% tegenover het derde kwartaal 2024.
Handel
In 2018 trad ook de handel toe tot het systeem van de flexi-jobs en ook daar winnen de flexi-jobs nog steeds aan populariteit. Ten opzichte van dezelfde periode in 2024, steeg het aantal flexi-jobs in de handel met 22,4% in het derde kwartaal van 2025. Het arbeidsvolume nam toe met 21,9%.
Voeding – bakkerij
Bakkers mogen sinds 2018 gebruik maken van het systeem en ook daar is het gebruik van flexi-jobs nog steeds aan een opmars bezig. Ten opzichte van het tweede kwartaal 2024, steeg het aantal flexi-jobs met 8,3% in het derde kwartaal van 2025. Het arbeidsvolume in VTE steeg in dezelfde periode met 10,2%. Het is niet onbelangrijk om op te merken dat het hier zowel gaat om de flexi-jobs gelinkt aan het verkopen van brood en banket als de flexi-jobs die te maken hebben met de productie daarvan.
Kappers en schoonheidssalons
Hoewel ze ook al sinds 2018 tot de flexi-sectoren behoren, maken kappers en schoonheidssalons slechts in beperkte mate gebruik van het systeem van flexi-jobs. Niettemin steeg ook hier het aantal flexi-jobs met 15,1% in het derde kwartaal van 2025 in vergelijking tot hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het arbeidsvolume steeg met 19,2%.
Zorg en gezondheid
Vanaf 2023 kwamen ook de zorg- en gezondheidssector in aanmerking voor flexi-jobs (weliswaar met uitzondering van verpleegkundige taken). Die nieuwe flexi-sectoren hebben aanvankelijk wat tijd nodig om het systeem ook daadwerkelijk in te zetten, maar na verloop van tijd vindt het gebruik van flexi-jobs toch ingang. Dat was ook hier het geval en dat blijkt duidelijk uit de cijfers. Het aantal flexi-jobs nam fors toe (+46,2%) en het VTE steeg zowaar nog met 45,2% in het derde kwartaal van 2025 in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder.
Publieke sector op provinciaal en lokaal niveau
De publieke sector op provinciaal en lokaal niveau wordt hier afzonderlijk vermeld, maar het merendeel van de flexi-jobs die zij inzetten, situeren zich in de zorg- en gezondheidssector. Ook hier zien we zowel qua aantal flexi-jobs als arbeidsvolume opnieuw een sterke toename in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, al blijven de aantallen hier toch nog eerder beperkt.
Sport- en cultuur
Ook binnen die andere uitbreiding uit 2023, sport- en cultuur, zien we een sterke stijging van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van het derde kwartaal van 2024. Sinds 1 januari 2024 bevat deze flexi-sector bovendien ook de functie van redder.
Nieuwe flexi-sectoren vanaf 2024
Sinds het eerste kwartaal van 2024 werden de flexi-sectoren verder uitgebreid met vervoer en logistiek, begrafenisondernemers, garages, land- en tuinbouw, voedingsnijverheid (excl. bakkers), autorijscholen, beheer van gebouwen en de evenementensector. In het tweede kwartaal van 2024 kwamen er ook nog de kinderopvang en het onderwijs bij. Dat verklaart de relatief bescheiden aantallen voor wat betreft het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in dat derde kwartaal van 2024 voor een aantal van de nieuwe flexi-sectoren. De cijfers voor het derde kwartaal van 2025 vertellen een heel ander verhaal. Ze maken duidelijk dat de flexi-tewerkstelling sterk aan populariteit gewonnen heeft in die nieuwere flexi-sectoren sinds de uitbreiding een jaar geleden.
De meest recente flexi-sector betreft de zeevisserij. Sinds het eerste kwartaal van 2025 is ook daar flexi-tewerkstelling mogelijk. Naar analogie met de voorgaande uitbreidingsgoven, neemt ook hier de flexi-tewerkstelling een trage start.
Uitzendarbeid
De flexi-jobs kunnen in de verschillende flexi-sectoren worden ingezet door uitzendondernemingen. Uitzendondernemingen zetten ook in op tools om ondernemingen makkelijk hun flexi-jobs te laten beheren. Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, steeg het aantal flexi-jobs via de uitzendsector met 22,7% in het derde kwartaal van 2025. Het arbeidsvolume steeg met 23,4%. In het derde kwartaal van 2025 werd 37,9% van het gepresteerde arbeidsvolume in de flexi-jobs via de uitzendondernemingen uitgevoerd bij gebruikers binnen de groot- en detailhandel en 38,8% binnen de horeca. In het derde kwartaal van 2024 zagen we gelijkaardige verhoudingen.
Het profiel van de flexi-werknemer
Wie zit er nu achter die flexi-job? Zijn het vooral mannen of vrouwen, jongeren of ouderen die naast hun hoofdjob een fexi-job hebben? Binnen welke activiteitsector oefenen ze hun hoofdactiviteit uit? Die vragen proberen we hier te beantwoorden. We kijken daarbij niet langer naar het aantal arbeidsplaatsen, maar naar het aantal personen met een flexi-job. We bespreken achtereenvolgens de evolutie naar geslacht, naar leeftijdsklasse, naar woonplaats en naar hoofdjob tijdens het derde kwartaal van 2025.
Opdeling naar geslacht
Een eerste grafiek toont ons de opdeling naar geslacht van zowel het aantal personen dat minstens één flexi-job heeft uitgeoefend in het derde kwartaal van 2025 als het arbeidsvolume in VTE dat ze vertegenwoordigen.
Het valt meteen op dat meer vrouwen dan mannen kiezen voor een flexi-job in het derde kwartaal van 2025 (52,3% tegenover 47,7%). Het totaalcijfer van het aantal personen die een flexi-job uitoefenen stijgt aanzienlijk in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode in 2024 en ook de verhoudingen man - vrouw evolueren. Hoewel de vrouwelijke flexi-jobbers nog steeds in de meerderheid zijn, neemt het aandeel mannelijke flexi-jobbers toe in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Voor wat betreft het arbeidsvolume in VTE merken we dat het aandeel van de mannelijke flexi-werknemers hoger is dan dat van hun vrouwelijke tegenhangers in de onderzochte periode.
Opdeling naar leeftijd
Onderstaande grafiek geeft de opdeling weer naar leeftijdsklasse en geslacht.
De flexi-jobs blijken voornamelijk populair te zijn bij relatief jonge werknemers die tussen de 25 en 39 jaar oud zijn. In vergelijking tot het derde kwartaal van 2024 nam hun aantal in het derde kwartaal van 2025 nog toe met 13,1%.
Op de tweede plaats vinden we de 50 tot 64-jarigen. Hun aandeel neemt ook nog sterk toe in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder (+18,5%).
We zien echter opnieuw de grootste groei (+26.0%) bij de flexi-jobbers van 65 jaar en ouder in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van het derde kwartaal van 2024. Bovendien is deze groei sterker bij mannen (+27.0%) dan bij vrouwen (+24,9%).
Wanneer we vervolgens het arbeidsvolume in VTE toevoegen aan de verdeling naar leeftijdsklasse (zie grafiek hieronder), zien we hoe de flexi-jobbers van 65 jaar en ouder in het derde kwartaal van 2025 goed zijn voor 18,4% van alle flexi-jobbers. Ze vertegenwoordigen echter 28,7% van het totale arbeidsvolume. Daarmee benaderen ze het arbeidsvolume van de 25- tot 39-jarigen, die 39,0% van de flexi-jobbers uitmaken en 30,1% van het arbeidsvolume vertegenwoordigen in dat kwartaal.
In het derde kwartaal van 2024 maakten de flexi-jobbers van 65 jaar en ouder 17,0% uit van het totaal aantal flexi-jobbers en waren ze goed voor 27,2% van het totale arbeidsvolume. 40,1% van de flexi-jobbers was in dat kwartaal tussen de 25 en 39 jaar oud en zij vertegenwoordigden toen 30,6% van het totale arbeidsvolume.
We kunnen aannemen dat de groep flexi-jobbers van 65 jaar en ouder vooral bestaat uit gepensioneerden die bijgevolg niet alleen veel vrije tijd hebben, maar ook niet onder het toepassingsgebied vallen van het maximumbedrag van 12.000 euro dat jaarlijks belastingvrij mag worden bijverdiend via het systeem van de flexi-jobs.
Opdeling naar woonplaats
Onderstaande grafieken geven een zicht op de geografische spreiding van het aantal flexi-werknemers en het arbeidsvolume in VTE op basis van de woonplaats van de flexi-werknemer.
Het valt onmiddellijk op dat het systeem zowel in het derde kwartaal van 2024 als in dezelfde periode in 2025 populairder is in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel, maar zowel in het Waals als het Brussels hoofdstedelijk gewest neemt het aandeel flexi-werknemers toe in het derde kwartaal van 2025 ten opzichte van het derde kwartaal een jaar eerder. Ook binnen het Vlaams en Waals gewest zijn er grote verschillen merkbaar zoals blijkt uit onderstaande grafiek.
In het derde kwartaal van 2025 is het arrondissement Antwerpen de absolute koploper op gebied van flexi-tewerkstelling met een totaal van 19.899 flexi-werknemers, goed voor 3.407 VTE. Het arrondissement Gent is goed voor de tweede plaats met 11.988 flexi-werknemers (1.941,7 VTE). Daarna volgen de arrondissementen Turnhout en Hasselt met respectievelijk 11.213 en 10.738 flexi-werknemers en de arrondissementen Leuven (9.316 flexi-werknemers), Brugge (9.247 flexi-werknemers), Halle-Vilvoorde (8.810 flexi-werknemers), Mechelen (8.165 flexi-werknemers), Kortrijk (7.531 flexi-werknemers) en Aalst (6.723 flexi-werknemers). De flexi-tewerkstelling in de andere arrondissementen situeert zich onder de 6.000 flexi-werknemers. Dat geldt evenzeer voor de Waalse arrondissementen waar Luik de koploper is met 4.471 flexi-werknemers (786,9 VTE).
De flexi-jobbers en hun toelatingsvoorwaarde
Het uitoefenen van een flexi-job is voorbehouden voor werknemers die minstens 4/5de werken of gepensioneerd zijn. Deze toelatingsvoorwaarde wordt getoetst door Sigedis. Op basis van hun data kunnen we een beter beeld geven van de personen die een flexijob uitoefenen.
Wat is nu het aandeel van gepensioneerden? Hoe zit het met de basistewerkstelling van de flexijobbers op basis waarvan ze worden toegelaten? En in welke activiteitsector situeert de hoofdjob van de flexi-werknemer zich? Dat bespreken we in wat volgt.
Aandeel gepensioneerden en werkenden onder de flexi-werknemers in het derde kwartaal van 2025
Meer dan een kwart van van de flexi-jobbers in onze data is gepensioneerd terwijl het overgrote deel van de flexi-werknemers hun flexi-job uitoefenen naast hun andere job.
De flexi-jobbers en hun basistewerkstelling
Hoe zit het nu met de basistewerkstelling van de flexi-jobbers? Kiezen ze voor flexi-tewerkstelling om nog niet benutte arbeidstijd op te vullen of is hun flexi-job een pure aanvulling op hun basistewerkstelling? Dat proberen we te achterhalen aan de hand van data die we mochten ontvangen van onze partner Sigedis.
Pro memorie, om in aanmerking te komen voor een flexi-job moet de werknemer bij één of meerdere werkgevers, andere dan de werkgever bij wie de flexi-job wordt uitgeoefend, een volume aan arbeidsprestaties geleverd hebben dat ten minste 80 % bedraagt van wat theoretisch mogelijk is in een voltijdse betrekking. Daarom maken we hieronder een onderscheid tussen flexi-werknemers met een basistewerkstellingspercentage tussen 80% en 95% en flexi-werknemers waarbij dat percentage hoger is dan 95%.
Uit de cijfers van Sigedis blijkt dat 83% van de flexi-werknemers een basistewerkstellingspercentage heeft dat hoger is dan 95%. Het lijkt er dus op dat de meeste werknemers een flexi-job uitoefenen bovenop een volledige tewerkstelling en dat in alle leeftijdscategorieën. De variatie tussen de verschillende leedtijdscategorieën is bovendien eerder beperk. Zo heeft 20% van de 50- tot 64-jarigen een basistewerkstellingspercentage tussen de 80% en de 95%. Daarmee zijn ze de grootste groep in die categorie. Slechts 15% van de 25- tot 39-jarigen zitten in die categorie wat hen tot de kleinste groep maakt. De andere leeftijdscategorieën zitten tussen die percentages in.
De verhouding tussen volledige tewerkstelling en minder dan volledige tewerkstelling bij werknemers met een flexi-job vinden we trouwens ook terug in de volledige populatie werknemers. Voor meer cijfers over die populatie verwijzen we naar de gedetailleerde arbeidsmarktanalyse op onze website.
Hieronder bekijken we de verdeling van de cijfers naar geslacht.
Het valt onmiddellijk op dat de beperkte groep flexi-jobbers met een basisewerkstellingspercentage tussen de 80% en de 95% voor 71% uit vrouwelijke flexi-werknemers bestaat. De verdeling naar leeftijd toont bovendien aan dat dat het geval is in alle besproken leeftijdscategorieën. De grote groep flexi-werknemers met een basistewerkstellingspercentage van meer dan 95% bestaat daarentegen ongeveer uit evenveel mannen als vrouwen (49% en 51%). Ook dat is zo goed als in alle leeftijdsklassen het geval.
De flexi-jobbers en hun hoofdjob
In welke activiteitsector situeert de hoofdjob van de flexi-werknemer zich? Alvorens die vraag te beantwoorden, moeten we eerst scherp stellen op het concept 'hoofdjob' dat we sinds 2024 gebruiken in de context van de flexi-jobs. Het gaat hier namelijk om de voornaamste activiteit van de flexi-werknemer in het besproken kwartaal (in ons geval het derde kwartaal van 2025). Voor meer informatie over het concept 'voornaamste activiteit' verwijzen we naar de methodologie.
We beantwoorden de vraag vervolgens aan de hand van onderstaande grafiek die het percentage werknemers toont op het totaal aantal werknemers binnen de activiteitstak van hun hoofdjob die voor een flexi-job kiezen naast die hoofdjob.
Het aandeel werknemers dat er naast hun hoofdjob nog een flexi-job op nahoudt, is in alle activiteitstakken eerder beperkt. Het hoogste aandeel vinden we in de horeca- en hotelsector waar, in het derde kwartaal van 2025, 4,5% van de werknemers die er hun hoofdjob uitoefenen, kiezen voor een flexi-job bij één of meer andere werkgevers. Voor alle duidelijkheid, die flexi-job oefenen ze niet noodzakelijk uit binnen dezelfde activiteitstak als hun hoofdjob.
Evolutie van de populatie flexi-werknemers per flexisector
Naar geslacht
Onderstaande grafiek geeft de opdeling weer van de flexi-werknemers naar geslacht per flexi-sector.
Het valt onmiddellijk op dat vrouwelijke flexi-werknemers de 'klassieke' flexi-sectoren domineren en dat zowel in het derde kwartaal van 2025 als in dezelfde periode een jaar eerder. Maar, de nieuwere flexi-sectoren die er in het eerste en tweede kwartaal van 2024 bijkwamen, lijken daar voor een omslag te zorgen. Ze worden (voorlopig) gedomineerd door mannelijke flexi-werknemers. Dat valt mede te verklaren doordat een aantal van die nieuwe flexi-sectoren duidelijk meer mannelijke werknemers aantrekken. We denken dan vooral aan de flexi-sectoren transport en logistiek, begrafenisondernemingen en autorijscholen, maar ook in het onderwijs zien we dat er meer mannelijke dan vrouwelijke flexi-werknemers aan de slag zijn in het derde kwartaal van 2025, maar mannen en vrouwen samen gaat het momenteel slechts om 99 werknemers. In de kinderopvang zien we daarentegen opnieuw eerder vrouwelijke dan mannelijke flexi-jobbers. Dat is niet het geval in de allernieuwste flexi-sector, de zeevisserij, die bijna uitsluitend mannelijke flexi-jobbers aantrekt in het beschreven kwartaal. Het gaat voorlopig echter om slechts 28 flexi-werknemers.
Opdeling naar leeftijd
Vervolgens kijken we naar de opdeling naar leeftijdsklasse per flexi-sector.
Wat hier vooral opvalt is de aantrekkingskracht van de horeca op de groepen van flexi-werknemers tussen 25 en 39 jaar en tussen 40 en 49 jaar oud. Bij de 50-plussers neemt die aantrekkingskracht af ten voordele van flexi-jobs in de handel, maar binnen de leeftijdscategorieën van de 65-plussers en de 50- tot 64-jarigen is het nog opmerkelijker dat ze meer dan de flexi-werknemers in de andere leeftijdscategorieën aan de slag gaan in de nieuwere flexi-sectoren zoals de begrafenissector, de sector van vervoer en logistiek en ook die van het garagebderijf. De uitzendsector is dan weer populair in alle leeftijdsklassen. Zoals hierboven reeds vermeld, werd, in het derde kwartaal van 2025, 37,9% van het gepresteerde arbeidsvolume in de flexi-jobs via de uitzendondernemingen uitgevoerd bij gebruikers binnen de groot- en detailhandel en 38,8% binnen de horeca. In het derde kwartaal van 2024 zagen we gelijkaardige verhoudingen.
Toelichting van de gebruikte methodologie
Hier lichten we de specifieke methodologie toe die we gebruikten voor de statistieken over de flexitewerkstelling. We bespreken achtereenvolgens de specifieke tellingsmethode, de variabelen, de kenmerken eigen aan de werkgever en de kenmerken eigen aan de werknemer.
De specifieke tellingsmethode
Een aantal van de bijzondere tewerkstellingsvormen zoals de flexi-jobs, het gelegenheidswerk en de extra's in de horeca zijn als zodanig herkenbaar in de kwartaalaangifte op basis van de specifieke regelingen die voor hen zijn uitgewerkt. Dat geeft ons de mogelijkheid om voor die specifieke gevallen de klassieke telling op het einde van het kwartaal te laten vallen, en een telling te doen doorheen het kwartaal. Bovendien laten we voor die gevallen ook de link werknemer-werkgever los. Daardoor kunnen we tellen hoeveel personen dergelijke jobs uitoefenen, los van hun 'belangrijkste job' (in het andere geval zouden die bijjobs bij dezelfde werkgever verdwijnen) en hoeveel jobs een persoon uitoefent doorheen het kwartaal (maar ook bijvoorbeeld doorheen het jaar).
De variabelen
Het aantal flexi-jobs: Deze variabele geeft het aantal flexi-arbeidsplaatsen weer en houdt geen rekening met de persoon die de flexi-job uitoefent. Dat betekent concreet dat twee flexi-jobs die door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend, als twee jobs in de statistieken worden opgenomen. Het gaat ons namelijk om het aantal flexi-arbeidsplaatsen ongeacht door hoeveel personen die worden ingevuld. Het is ook belangrijk om op te merken dat we hier geen gebruik maken van de klassieke telmethode op het einde van het kwartaal. Voor deze statistieken tellen we het aantal flexi-arbeidsplaatsen doorheen het kwartaal en we laten ook de link werkgever - werknemer los.
Het aantal flexiwerknemers: Deze variabele telt het aantal personen met een flexijob doorheen het kwartaal en wijkt dus af van de klassieke telmethode die naar het einde van het kwartaal kijkt. Hier ligt de focus op de persoon achter de flexi-job. Indien meerdere flexi-jobs door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend, zal de persoon in deze statistieken toch maar één keer voorkomen (dat is niet het geval bij de variabele 'aantal flexi-jobs' zoals hierboven uiteengezet). Wanneer het aantal flexiwerknemers wordt verdeeld naar werkgeverskenmerken (bijv. de flexisectoren) dan wordt de flexiwerknemer toegewezen aan de kenmerken van zijn "belangrijkste" flexi-job (de job met hoogste loon voor de ganse periode).
Kenmerken eigen aan de werkgever
Het toepassingsgebied van de flexi-jobs en de link met de ‘flexisectoren’
Om het toepassingsgebied van flexi-jobs af te bakenen – bij welke werkgevers voor welke functies – maakt de wetgever gebruik van verschillende criteria, en deze zijn in de loop van de tijd al meerdere keren aangepast. Bijkomende informatie omtrent de reglementering is te vinden op de website van de FOD WASO of in de administratieve instructies van de RSZ die online raadpleegbaar zijn.
Voor onze flexi-job-statistieken proberen we een benadering te maken van het specifieke toepassingsgebied waartoe de flexi-job behoort. Voor deze ad-hoc-classificatie in ‘flexisectoren’ baseren we ons zo goed mogelijk op de criteria die opgesomd staan in de administratieve instructies van de RSZ, met name paritair comité, werkgeverscategorie, Nacebel-code van werkgever of functie. Deze indeling in flexisectoren wijkt dus af van de gebruikelijke activiteitsindeling op basis van de hoofdactiviteit van de werkgever (NACE). De toewijzing aan een flexisector is niet altijd eenduidig, en niet alle criteria konden in de afbakening weerhouden worden, zodat een beperkt aantal gevallen niet of niet volledig correct konden worden bepaald.
Voor flexi-jobs die worden tewerkgesteld via een uitzendonderneming kan deze ad-hoc-classificatie niet gebruikt worden. Ze vormen een aparte flexisector.
Kenmerken eigen aan de werknemer
Woonplaats
Voor de woonplaats van de flexiwerknemer maken we een opdeling per bestuurlijk arrondissement. België telt 43 bestuurlijke arrondissementen. We maken daarvoor gebruik van de NIS-code van Statbel. Het betreft de hoofdverblijfplaats van de flexiwerknemer op het einde van het kwartaal.
Deze geografische spreiding is een goede benadering voor de spreiding volgens plaats van tewerkstelling. We gaan er namelijk van uit dat de gemiddelde flexiwerknemer op zoek gaat naar een flexijob dicht bij huis om de pendelafstand te beperken.
We maakten hier de keuze om te werken het werknemerskenmerk 'woonplaats' en niet met het werkgeverskenmerk 'plaats van tewerkstelling'. Onze data laten nochtans ook dat type bevraging toe, maar de flexi-jobs die worden geregeld via de interimsector zorgen daar voor een vertekend beeld. De plaats van tewerkstelling is in die gevallen eerder virtueel (in essentie gaat het dan om de sociale zetel van het interimkantoor).
Voor meer informatie over dit werknemerskenmerk verwijzen we naar de toelichting van globale methodologie van onze statsitieken.
Leeftijd
De verschillende flexiwerknemers worden ingedeeld in één van de volgende 5 leeftijdsklassen: jonger dan 25 jaar; van 25 tot en met 39 jaar; van 40 tot en met 49 jaar; van 50 tot en met 64 jaar en 65+. Het betreft de leeftijd van de flexiwerknemer op het einde van het kwartaal.
Geslacht
Voor wat het geslacht van de flexiwerknemers betreft, maken we gebruik van de klassieke opdeling vrouw-man zoals gebruikelijk is in onze statistieken.
De gegevens over de hoofdjob van de flexiwerknemer
Om een flexi-job te kunnen uitoefenen moet betrokkene bij één of meerdere werkgevers, andere dan de werkgever bij wie de flexi-job wordt uitgeoefend, een volume aan arbeidsprestaties geleverd hebben dat ten minste 80 % bedraagt van wat theoretisch mogelijk is in een voltijdse betrekking. Het is echter niet zo dat je een 4/5de betrekking moet hebben om in aanmerking te komen voor een flexi-job aangezien de som van alle betrekkingen minstens 80% van een voltijdse betrekking moet bedragen. Het betreft bovendien de tewerkstelling in het derde kwartaal vóór het kwartaal waarin de flexi-job wordt uitgevoerd (t-3) omdat de controlediensten die toezien op de naleving van die voorwaarde over stabiele gegevens moeten kunnen beschikken.
Voor de statistiek over de hoofdjob van de flexiwerknemer maken we echter geen gebruik van de gegevens die slaan op het kwartaal t-3. In onze statistieken is iemands hoofdjob dan de tewerkstelling van die persoon in het (meest recente) besproken kwartaal. Het gaat over de voornaamste activiteit van de flexiwerknemer en bijgevolg komt dezelfde persoon slechts in één van de activiteitstakken voor, namelijk de activiteitstak waar zij/hij haar/zijn voornaamste activiteit - de hoofdjob - uitoefent.